NOORWEGEN - kampeerreis 2005

Zaterdag 9 juli 2005
Wat vooraf ging aan deze vakantie naar Noorwegen.
Zoals altijd “bewaren” we het weekeinde voor het vertrek om de overbodige spullen uit de auto te halen, schoon te maken, dakkoffer te plaatsen etc.
Maar wat wil nu het geval; enkele weken daarvoor hadden we nieuwe draagstukken gekocht, want we hadden inmiddels een andere auto. De oude draagstukken hadden we te koop gezet op internet en na een tijdje kregen we een serieuze reactie van iemand uit het westen. Haar ouders woonden in het oosten en die zouden het geheel wel een keer meenemen. Goed om een lang verhaal kort te maken, geef ik de beste ouders iets te veel onderdelen mee, namelijk ook de bevestigingsstukken van de koffer op de beugels.
PANIEK PANIEK wat nu. Halfors bellen en vragen of ze nog beugels in voorraad hadden. Nee dus, de winkel was eigenlijk al dicht en de meneer aan de andere kant kon nog maar één ding zeggen ………. sterkte. Gggrrr…..

Wat doe je dan, moeders zag de paniek in mijn ogen, handige Ome Henk bellen, die weet overal een oplossing voor. Klopt; zelf zou ik er ook wel uitkomen, maar of we de boot dan nog zouden halen ???? Ome Henk komt, kijkt, meet, schud eens met zijn hoofd en zegt; ik ben er zo weer. Drie kwartier laten zat de koffer er “muurvast” op en konden we ontspannen.

Henk, vanaf deze plek nogmaals onze hartelijke dank en
mocht je eens een keer iets met de computer hebben,
je hoeft maar te bellen. ;-)

Zondag 10 juli 2005
We kunnen het deze dag gelukkig weer lekker rustig aan doen met het inpakken. Als dat klaar is proberen we nog wat rust te pakken, maar dat lukt niet echt met dit weer. We hebben besloten dat we uit eten gaan bij de chinees. De andere dan vorige keer (noem geen namen) en het beviel dus ook niet echt.
Midden op de avond vertrekken we bepakt en bezakt richting Hirtshals Denemarken. Het is al een paar dagen erg warm en dat valt nu gelukkig reuze mee.
Voor je het weet rijden we bij De Lutte de grens over en schiet het lekker op. We hebben de tijd, dus nemen we met enige regelmaat een pauze. We dachten dat de jongens wel zouden slapen onderweg, maar wat blijkt; we hebben de “drankjes” van de heren vergeten, althans een deel daarvan. Wat is daar dan zo bijzonder aan zou je zeggen, tja alleen de naam al Golden Power. Dan moeten ze (en wij) het maar even met water doen en straks bij een stop met vruchtensap en wij met koffie.

Na elke twee uur rijden stoppen wij altijd even om de benen te strekken en om van chauffeur te wisselen. Het zal geen toeval zijn, maar je komt vaak terecht op een parkeerplaats waarvan je denkt; Dit komt me bekend voor. Zo ook dit jaar. Die jongens van ons weten tot in detail te vertellen wat we daar de vorige keer gedaan hebben en waar het toilet staat, dat soort dingen.

Hadden we enkele jaren geleden nog last van enig oponthoud, dit keer rijden we probleemloos Denemarken binnen. Het lijkt wel dat, hoe vaker je deze route rijdt, het steeds makkelijker en sneller gaat. Ik moet eerlijk zeggen dat het er vanaf de grens ook gelijk anders uitziet. In Duitsland heb je langs de snel weg / autobaan een hele strook waar alleen maar weilanden zijn, geen dorpen en zo. Dat is in Denemarken wel weer het geval. Daardoor rijdt het ook lekker vlot.

Maandag 11 juli 2005
We zien de zon opkomen en weten dan al dat het straks een mooie overtocht zal worden. Maar zover is het nog niet. We moeten eerst boodschappen doen voor het ontbijt en zo te zien zijn er nog veel winkels gesloten zo rond deze tijd. Gelukkig denkt de bakker daar, net als Ten Broeke in Lochem anders over en kunnen we terecht voor heerlijke broodjes en iets lekkers voor op de boot.
We rijden verder richting het centrum van Hirtshals en parkeren, ook net als andere jaren, op een mooie plek bij de duinen met uitzicht op zee. Het is mooi zonnig weer dus we genieten volop van de koffie en de broodjes.

Om 10.00 uur gaat de boot, dus wordt het ook tijd om zachtjes aan de kant van de haven op te rijden. Als we daar aankomen is het er al behoorlijk druk en we zijn bang dat we ergens achteraan komen te staan. Maar omdat we een dakkoffer hebben, kom je toch in een andere rij te staan en ineens staan we bijna vooraan in een rij helemaal rechts. Vervolgens rijden we ook nog als een van de eersten de boot op en zien we iets knulligs voor ons gebeuren.
Vanuit een andere rij drukt een Duitser zijn sportauto met aanhanger met daarop twee imposante motoren zich voor ons de boot op. Ach laat maar gaan, dacht ik nog. Maar, in zo’n boot zitten waterdichte deuren en die deuren vallen of lopen in behoorlijke drempels en daar moet je overheen rijden. Knalt me er toch een motor door die klap van die aanhanger af. Hing helemaal scheef en zeker weten dat er een dikke slinger in dat voorwiel moet hebben gezeten. Maar ja, moet je maar rustig aandoen en vooral niet zo stoer.

De boottocht verliep weer voorspoedig. We hadden er mooi weer bij en een groot deel van de overtocht hebben we dan ook aan dek doorgebracht. Wel even de winkels in en zo, maar binnen was het gewoon warm.
Het binnenvaren van de Oslofjord blijft voor ons iets aparts. Hoe dichter je bij Oslo komt, hoe meer bebouwing je langs de fjordenranden ziet. Veel 2e huisjes eerst denk ik en daarna dorpjes die ook steeds groter worden. De haven van Oslo zelf is ook altijd een mooi spektakel. Vel pleziervaart en soms er grote cruiseschepen. Begin augustus 2005 zou de QP II hier geweest zijn lezen we later op vakantie.

Klokslag half zeven rijden we vrij vlot de boot af en toeren gelijk over de E18 richting het westen, daar moeten we niet zijn, maar die kant moeten we wel de stad uit en als het goed is zonder tol te betalen. Dit stukje blijft spannend, want we zijn hier al eens verschrikkelijk mis gereden volgens de kaartlezer. Volgens mij was dat toen we Oslo inreden, maar goed lichte paniek van zitten we wel goed en dadelijk komen we weer midden in die grote stad uit en dat willen we niet.
Maar gelukkig, na verloop van tijd komt er gelukkig de afslag (de E16) richting Hønefoss richting het noorden.

We komen deze avond uiteindelijk terecht op exact dezelfde camping als waar we als eens eerder gestaan hebben. De Buttingsrud Camping in Hallingby (3525 HALLINGBY Telefoon: +47 32 14 31 60 email: post@buttingsrud.com), we betalen 140 kronen per dag voor een tent en vier personen. Een camping met inmiddels veel vaste staanplaatsen, maar nog ruimte genoeg om voor 1 nacht je tent op te zetten. Vorige keer hadden we twee trekkerstentjes nu 1 grote trekkerstent. Ga niet te dicht aan de weg staan, want daar kan je behoorlijk last van het voorbij razende verkeer hebben, het is immers de E 16 richting Ålesund. Nu hebben die vaste plekken gelukkig hun caravans daar neergezet, maar toch, je doet er verstandig aan je tent zo dicht mogelijk bij het water op te zetten.

Dinsdag 12 juli 2005
Het gaat verder over de E16 richting Lom, waar we vanavond op een voor ons bekende camping willen gaan staan. De weg gaat verder langs Nes en verderop langs Fagernes. Daar nemen we weg 51 richting Beitostølen. Inmiddels is dit dorp één en al wintersportvoorziening. Nu, zonder sneeuw ziet dat er maar raar uit. De skiliften bijvoorbeeld lopen tot onderaan de weg en zijn voorzien van grote schreeuwende reclames. Dat maakt het beeld van het dorp in de zomertijd er niet mooier op. Vonden we de vorige keer al dat hier verschrikkelijk gebouwd werd, nu is dat bijna klaar, maar gaan ze op andere locaties rustig verder.
De weg loopt hier langzaam aan omhoog, uitstekend om te langlaufen en het uitzicht is dan ook prachtig, vooral naar links kijk je mooi het dal in.
Even verderop passeer je het Bygdin-meer met daaraan de toeristenhut met de naam Bygdin Fjellhotel. Dat was wel even schrikken, want het water in het meer stond wel erg laag. Wat zou er aan de hand zijn. Zo droog is het nu ook weer niet. Kan maar één oorzaak verzinnen, verderop moeten ze een stuwdam aangelegd hebben, kan niet anders. Ze zijn ook flink met de weg bezig geweest trouwens. Erg breed nu, past niet zo goed bij de omgeving, maar voor al het toeristenverkeer dat hier langs komt is het wel goed.
Weer een paar kilometer verder passeer je Gjendesheim waar je de beroemde Besseggen route kunt lopen. 35000 wandelaars per jaar doen dat, maar ook dit jaar zullen we dat niet doen, we zijn immers op doorreis. Je rijdt hier inmiddels dwars door het hart van de Jotunheimen, prachtige uitzichten en je zit redelijk hoog.
Iets voorbij Bessheim vinden we rechts van de werk een mooi plekje om te pauzeren. We hebben hier al eens eerder gestaan in 1999, je kunt hier namelijk een Natursti wandelen. Dat is een wandeling door de natuur uiteraard, met hier en daar uitleg over de natuur. Leuk om te doen en je leert wat van het landschap. De jongens proberen hier hun hengels weer uit en staan even later met de voeten in het koude water. Na een uurtje of twee gaan we verder en …. mooi op tijd, want de koeien die hier gewoon loslopen komen wel akelig dichtbij. Niets mis mee, maar ik eet m’n boterham toch liever alleen.
We passeren nog Randsverk en vandaar gaat het ineens heel snel omlaag via een behoorlijk aantal haarspeldbochten. Hier in deze omgeving maak je nog gebruik van de oude weg met een nieuwe asfaltlaag. Dus opletten tijdens het rijden en dat kon helaas niet gezegd worden van een aantal ons tegemoet komende (Duitse sorry) campers. De voorste nam de binnenbocht en ging duidelijk over de middenstreep. Gevolg een grote knal, iedereen wakker in de auto en de linker spiegel was er totaal afgereden. De camperrijder moet zelf ook schade hebben gehad, zo hard was de klap wel, maar men reed wel door. Er was trouwens ook geen ruimte om te stoppen. We zijn iets verderop wel even gestopt om terug te rijden en de brokken op te pakken, maar daar viel niets meer aan te repareren. Dat is mooi balen, moeten we het zonder spiegel doen.
Verderop komen bij Randen op weg 15 richting Lom, we moeten hier linksaf. In het stadje zelf, leuk om doorheen te slenteren, doen we even wat boodschappen voordat we de camping opzoeken.
Als je er bent, stap dan even binnen bij “Bakeriet I Lom”. Een bakker met schijnbaar een bekende naam in Noorwegen, hij maakt heerlijke broodjes en zijn zaak zit bijna in/op de rivier.
We komen weer terug op de Gjeilo camping (2690 Skjåk Telefoon +47 61 21 30 32), we betalen 105 kronen per dag. Het is niet druk, plek zat, maar daar zit het hem nu net in. De stand van de rivier is dermate hoog, dat er flink wat plekken zijn die te drassig zijn om de tent op te zetten. Ook het strandje waar we de vorige keer heerlijk konden zitten en worstjes roosteren op een vuurtje is nu ondergelopen. Dan maar wat hoger op, is wel een gemeet van heb ik jou daar maar uiteindelijk lukt het ons de tent redelijk goed op te zetten.
Mats en Meine gaan gelijk vissen op hun oude stekje verderop. Als er niet gezwommen kan worden dan maar vissen.
’s Avonds melden we ons aan bij Swaanhilde en er is zowaar iets van herkenning. We praten een tijdje over van alles en nog wat, over hoe het met onze gezamenlijke kennis en zijn kinderen is, of die nog komen dit jaar.

Woensdag 13 juli 2005
Vandaag hebben we ons voor genomen een pittige wandeling te maken in de buurt van Lom. We hadden daar al eens eerder over gelezen en vrienden vertelden ons ook; “die moet je eens lopen, leuk met de jongens”.
Deze wandeling staat ook in een boekje van de ANWB, Wandelgids Noorwegen ISBN nummer 90-18-01644-6 uitgifte 2003. We zullen de wandeling beschrijven zoals wij die beleefden. Hier en daar was het lastig de beschrijving te volgen.
De wandeling begint bij het gemeentehuis van Lom kommune. Die kun je vinden links van de grote supermarkt. Rechts voor het gemeentehuis staat een overzichtsbord met een schets van het pad. Voor het begin van de wandeling moet je links langs het pand lopen. Het gaat hier gelijk flink omhoog, kun je er alvast aan wennen, want dat zal verderop alleen maar steiler worden. Via een houten trap en een klimpartij over een hek kom je een kwartier verder op het pad richting Besshø terecht. Volgens de beschrijving hadden we hier een brievenbus aan moeten treffen, maar die hebben wij zeker gemist. De bedoeling daarvan is dat men inzicht wil krijgen over het aantal wandelaars dat hier langskomt. We zeiden het al, vanaf hier is het flink omhoog. Blijf dit pad volgen ook bij de afslag naar Fossheim. Het pad gaat nu via haarspeldbochten nog steiler omhoog. Let op dat je even verder de afslag links omhoog naar Soleggen niet mist. Je kunt ook het pad rechtdoor lopen naar Myrskaret, dat is meer het Bøverdal in. Wij nemen het pad links omhoog. Dit stuk gaat echt sleil omhoog en onze jongste zoon heeft het er maar moeilijk mee, maar snoepzakjes doen wonderen en met een beetje oppeppen kan ook hij even later bij Ljomarberget op de rots gaan zitten en even bijkomen van deze klimpartij. Oei, oei, oei wat een begin van onze vakantie zo’n pittige wandeltocht. Vanaf hier heb je trouwens wel een mooi uitzicht op het dal.
Verderop heb je een nog mooier uitzicht op Ottadalen, maar wij moeten verder. Hier komen we trouwens de eerste tegenliggers tegen, tot dit punt geen mens gezien. Het pad stijgt hier nog wel, maar niet meer zo steil als een kilometer of drie terug en je kunt hier weer genieten van het uitzicht. Wij liepen er met behoorlijk wat wind, dus om een beschut plekje te vinden voor de middagpauze moesten we nog even verder. Wij besluiten daarom niet het pad over de Læshø te nemen, dat zou weer een hele klim betekenen. Nee, in plaats daarvan lopen we er links omheen het Meadalen in. Verderop bij een oude boerenhut vinden we een perfecte hut om te picknicken. Die Meine is al het stijgen alweer vergeten en klimt er zelfs in de pauze op los alsof hij vandaag nog geen meter gelopen heeft.
In de verte kunnen we de daken van Soleggen al zien, daar moeten we heen. We volgen de onverharde weg en af en toe gaan we aan de kant om koeien en geiten de ruimte te bieden niet voor ons op de vlucht te hoeven.
Bij Soleggen moeten we links de bergen weer in, dat gaat nog, maar verderop is het even zoeken. De houten bordjes waarover men het in de tekst heeft zijn er wel, maar soms staan ze dicht op elkaar en soms weer te ver uit elkaar. Dus op een gegeven moment gaat Mats naar recht en vaders naar links en dan maar wachten wie het eerst roept. Loopt de route eigenlijk toch met een bocht naar links weer terug naar Soleggen zo lijkt het, maar we zitten inmiddels wel een richel hoger. Verderop komen we (wederom) boven de boomgrens uit en hebben we een enorm uitzicht over de omgeving.
Bij het Ausavatnet besluiten we weer even te stoppen. Voor Mats mooi een gelegenheid om even te vissen. Aan de andere kant van het meer staat een Nederlandse jongen te vissen die er net één aan de haak heeft. Hem (niet die vis) spraken we later nog.
We zien trouwens dat ze vanuit dit meer water oppompen en via dikke slangen naar beneden leiden. Het bevloeiingskanaal hebben we een stuk terug niet bekeken.
Over een kleine stuwdam vervolgen we later onze weg naar Lom. Nog een kleine klim en daarna is het één grote afdaling naar beneden. Heerlijk voor de knietjes! Nee dus, maar het is een prachtige afdaling over best wel een goed pad met hele mooie uitzichten naar rechts. Wel opletten waar je je voeten neerzet, want het is wel smal daarboven. Meer naar beneden en inmiddels weer tussen de bomen is er meer ruimte.
We komen uit bij een weiland waar we met een “overstapje” en een klaphek langsheen kunnen het dorp in.
Heel erg voldaan en veel later dan de 4 uur die men aangeeft komen we bij de auto aan. We trakteren onszelf op een ijsje en gaan voldaan terug naar de camping.

Donderdag 14 juli 2005
Na zo’n pittige tocht als die van gisteren nemen we even wat gas terug en gaan vandaag op zoek naar een plek waar we eventueel kunnen zwemmen, maar zeker van het weer kunnen genieten en een beetje kunnen lezen of een spelletje doen. We rijden een stuk weg 15 op richting Stryn en ga bij Skamsar rechtsaf over een metalen brug. We rijden nog een stukje over een oude weg richting Nordberg en gaan dan via een onverharde weg de bergen in. Best wel steil is het hier onderaan al, we moeten terugschakelen om de auto niet over de toeren te jagen.
De weg gaat met veel kronkels steeds maar hoger en na een minuut of 20 komen we boven met een prachtig uitzicht over het dal rechts en links op het Aursjøen een langgerekt meer. Iets verderop bij een zomerhuisje parkeren we onze auto. We kijken eerst of de mensen vandaag nog terug zouden kunnen komen. Als dat niet zo is installeren we ons lekker uit de wind en in de zon.
Meine staat er op dat hij het meer in wil. Van ons mag ie, maar het is wel heel erg koud water, dus ons niet gezien. We hebben alles bij ons, dus we vermaken ons wel. Later gaan de jongens zelfs allebei in het water en gelijk daarna zonnebaden op een handdoek in de sneeuw. Of ik dat vast willen leggen op foto voor een kerstkaart. Tuurlijk, het is geen gezicht.
Ook deze dag blijft het droog, maar om nu te zeggen dat het warm is, nee, maar wel heerlijk weer om van alles te doen.

Vrijdag 15 juli 2005
Als we vanmorgen wakker worden is het erg mistig. We kunnen dus absoluut niet de bergen in om een flinke tocht te maken als we dat al zouden willen. We hadden bijvoorbeeld het idee om met de auto naar een DNT hut te rijden en vandaar te bekijken of we een tocht konden maken. Maar nu een tocht maken is te gevaarlijk. In plaats daarvan rijden we eerst naar het dorp en na de boodschappen weg 55 op. Dit is één van de mooiste wegen die we ooit gereden hebben in Scandinavië. Als je de weg helemaal volgt tot bijvoorbeeld Gaupne, waar we twee jaar geleden waren, gaat het op en neer en heb je constant de hoge bergen in zicht met besneeuwde toppen en heel veel water. Wij rijden tot Galdesand en besluiten om toch maar links omhoog te rijden richting de Juvasshytta (1880 meter). We zijn benieuwd hoe het er daar boven uitziet. Bij Raubergstulen gaat de weg over in een tolweg met een echte slagboom.
Hoe hoger we komen, hoe dikker de mist en hoe slechter het uitzicht. Boven op de berg is het iets minder. Je kunt hier links naar de Juvasshytta en rechts naar de skipiste. Dat doen we eerst en er zijn nog behoorlijk wat mensen aan het skiën en er komen er steeds meer bij. Als het nog kouder zou zijn, nu regent het, zou het volgens mij sneeuwen. Het is in ieder geval een apart gezicht om hartje zomer skiërs naar beneden te zien komen. We rijden ook nog even naar de hut zelf, maar het nodigt ons niet echt uit om naar binnen te gaan. Een grauw gebouw en dat met dit weer, nee, gauw naar beneden, misschien is het daar beter.
We rijden rustig naar beneden want het is harder gaan regenen en de weg wordt er lekker glad door, goed uitkijken dus. Onderaan besluiten we niet rechtsaf terug te gaan naar Lom, maar een andere weg te nemen. Op de kaart zien we een klein weggetje door het Bøverdal lopen, dat is aan de andere kant van weg 55. We rijden eerst linksaf richting de Jotunheimen Fjellstue en gaan daar iets voorbij rechtsaf. Dat is een weg naar de Høydalsseter. Na een paar kronkels naar boven, kom je bij een brug over de rivier. Hier loopt het Høydalsvatnet over in een rivier en onderaan de berg in het Dalsvatnet. Spectaculair om te zien wat een water en wat een geweld. We parkeren de auto bovenaan voorbij de brug en genieten van het uitzicht rechts het Bøverdalen in. De jongens gaan uiteraard vissen en wij kijken een beetje rond. We zien een hele aparte rotsformatie. Geen idee wat het is en dat moeten we thuis toch eens aan een specialist laten zien. Het lijkt gestolde lava, maar dat kan het eigenlijk niet zijn.
We kiezen er voor om zonder te betalen (Foei!) de tolweg rechtsaf het dal in te nemen. Ik zie ook geen bus staan trouwens waar het geld in moet. Dit is een leuke route om te doen langs seters als Vassenden, Prestseter, Netoseter, Kvanndalsvoll. Aan het einde van het dal neemt de bebouwing door zomerwoningen weer toe, de zon kan er hier ook al weer wat beter bijkomen. Echt een mooi stuk om te rijden.
Eenmaal op de camping beginnen we alvast wat kleine dingen op te ruimen. Morgen gaan we verder richting Runde en dan hoeven we het dan niet allemaal te doen. We maken er een leuke avond van met de jongens en spelen het spel “Ezelen”. Je weet wel, wie het laatst zijn duim op de tafel heeft is een ….. juist ezel.

Zaterdag 16 juli 2005
Als we vanmorgen staan in te pakken, tikt collega Monique me ineens op de schouder. We wisten van elkaar dat we in Noorwegen zaten en ik had haar van deze prachtige camping verteld. Zij kwamen uit de richting van de Jostedalsbreen en waren bij de gletsjer geweest. Zij gaan hier dezelfde wandeling doen die wij eerder deze week hebben gedaan en wij trekken vandaag verder richting kust. Het moet daar goed weer zijn.
We vervolgen onze route over weg 15 richting Stryn, maar voordat we daar zijn, rijden we eerst nog over weg 258, de oude weg naar Stryn, langs het Sommerskisenter. Er is bedrijvigheid genoeg en mensen ook, maar het lijkt wel of men wacht tot er een soort van startsein wordt gegeven. De liften doen het nog niet en mensen die een beetje ongeduldig zijn, beginnen al zelf naar boven te lopen.
Een paar jaar geleden waren we hier ook en toen stond alle apparatuur in de zon weg te roesten. Hoe anders kan het toch zijn. We vervolgen onze weg en komen uit in Stryn waar we boodschappen gaan doen. Het is inmiddels heerlijk weer, volop zon.
We dubben vervolgens een beetje over de te volgen route. Het moet natuurlijk wel een mooie route zijn met dit weer, je zit wel de hele tijd in de auto. Weg 15 nemen we dus richting Nordfjordeid, daar langs het fjord en bij Maurstad rechtsaf weg 61 naar Aheim, Slagnes, Fiskå tot het pontje bij Koparnes. Hier nemen we de overtocht naar Årvik. Het is inmiddels ± 17.00 uur en moeten we ook nog een tent opzetten. Onder het rijden over het eiland Gurskøy hebben Gerdie en ik al besloten geen tent op te zetten zo dicht bij Runde, maar op zoek te gaan naar een “betaalbare” hut. We rijden weg 654 op naar het eiland en zien op één van de tussen eilandjes (Notøya) enn bordje verwijzen naar een “hutten verhuurder”. De uitspanning heet Lanternen a/s en we huren er voor één nacht een hut en nog luxe ook. Een hut met aparte slaapkamer voor ons een slaapzolder voor de jongens een TV hoek met uitzicht op de oceaan. Wat wil je nog meer.
We genieten van deze plotselinge luxe en koken weer eens uitgebreid. Tja dat kan met zo’n keuken. De jongens hebben het viswater alweer ontdekt en ze vangen er ook nog een paar.
Op de televisie kijken we later eerst naar een tekenfilm van Asterix & Obelix en later een soap met Engelse tekst en een Noorse ondertiteling. Best wel leerzaam.

Zondag 17 juli 2005
Vanmorgen lekker rustig aangedaan, we zijn immers al bijna op de plek van bestemming. Van kennissen hadden we gehoord dat je beter niet kunt proberen op Runde zelf op de camping te gaan staan. Er is er maar één en die is meestal lekker vol. Via internet had ik inderdaad gezien dat bij mooi weer de camping goed vol staat. Wij kozen er dus voor ergens anders op één van de eilanden een camping te vinden. Dat zij er niet veel. We rijden een stukje terug en komen via Tjørvågane en Gardnes op een ander eiland Hareitlandet terecht. Op de kaart zien we bij hetr plaatsje Flø een tekentje van een tent staan en zo kon het gebeuren dat we daar helemaal aan de andere kant tegenover Runde op de Flø Feriensenter camping (90 kronen per dag) uitkomen.
Een leuke kleine camping met één, nee eigenlijk twee nadelen. Er zijn veel Duitsers met een grote mond en omdat die hun caravans / Wohnmobile aan het water zetten met hun grote mond, moeten wij onze tent wel op het andere veld aan de weg zetten. Alleen het verkeer van de weinige mensen die naar het werk gaan en er weer vandaan komen maakt het wat drukker, maar verder een perfecte plek.

Maandag 18 juli 2005
Het is mooi weer als we de tent losritsen, niet langer treuzelen dus en op naar Runde. Daarvoor moeten we wel de hele rit terugmaken. Maar ja, het is net als met Lochem – Schiermonnikoog v.v., je went er snel aan.
Onderweg kijken we nog eens goed of er dichterbij toch niet een geschikte camping was geweest. Nee, dat is niet het geval, we zien er twee, maar ze zijn beiden niet zo mooi gesitueerd als de camping in Flø. Via een aantal enorme boogbruggen komen we uiteindelijk op Runde zelf terecht en zien gelijk bij de haven een verwijzing naar een Camping annex jeugdherberg (E-mail: runde@runde.no Runde Camping en Jeugdherberg 6096 Runde telefoon +47 70 08 59 16 / Fax: +47 70 08 58 70). Is die er de afgelopen jaren bijgekomen of was die er altijd al? Ziet er voor kampeerders in ieder geval leuk uit. Toch rijden we even verder naar de camping waar Jan het over had, die is een paar kilometer verderop. Je volgt de weg langs de kust met een grote bocht naar links. Verderop zie je de camping al, dat wil zeggen de plek waar de campers mogen staan. Die is redelijk tot helemaal vol. Aan de andere kant van de weg, links, is de camping. Daar was nog wel plek geweest, maar het loopt behoorlijk schuin af en het zou schipperen worden met de tent. Adres van de camping is: Goksøyr Camping N-6096 Runde Telefoon: +47 7008 5905 Fax: +47 7008 5960 http://www.goksoeyr-camping.com/ email: camping@goksoyr.no.
We zetten de auto aan de kant en kijken eens rond. Het is er wel gezellig druk, als het weer zo blijft, kun je hier perfect staan. We wachten niet langer en gaan bij de receptie informeren naar een boottocht rond het eiland. Als ik voor de receptie sta draait de dame voor mij zich om en zie ik een bekend Lochems gezicht. Zij staan hier met hun camper op de camping. We kletsen even wat en lopen vervolgens naar de auto, Gerdie kent haar namelijk van Djembé, grappig is dat. Ze genieten volop van dit prachtige land. Gerdie wist dat ze naar Noorwegen gingen, maar als je elkaar dan ook nog treft is wel erg toevallig.
Ik loop terug naar de receptie om te reserveren en krijg te horen dat we nu in de auto moeten stappen, want dan kunnen we nog met de boot van 10.30 uur mee. Die is al weg dus. Nee, hij komt voor ons terug. We moeten de auto dan ook niet op de parkeerplaats zetten, maar de pier oprijden dan kan de kapitein zien dat we er aan komen. We rijden er eerst nog voorbij maar uiteindelijk lukt het ons de boot, de “Aquila” te vinden. Onze kapitein is Peter Pareliussen ziet ons al aankomen en dirigeert ons de pier op en 2 minuten later gaat de boot weer de haven uit. Hij was speciaal voor ons teruggekomen.
Peter kan mooi vertellen over Runde en de vogels in een mengeling van Duits en Noors door elkaar. Vraag het de jongens nu en ze houden zo een hele conference over de Papegaaiduiker en zijn ene ei.
De boottocht duurt een uur of 2 ½ en als we terugzijn genieten we en van een heerlijke verse boterham en van de tocht die we gemaakt hebben. Onze Lochemse vrienden komen er ook aan, zij gaan met de volgende boot mee. We hebben niets verklapt, laat ze zelf genieten van een deze perfecte gids.
We rijden terug naar Goksøyr, want we willen het eiland ook van boven bekijken. De auto moet je in dat geval zo’n 200 meter voor het dorp op een grote parkeerplaats achterlaten en dan is het een kwestie van de bordjes omhoog volgen.
Ook hier weer een pittige klim in het begin en hoe hoger je komt hoe mooier het uitzicht. Na zo’n 500 meter klimmen stoppen we even. Jemig wat kan je daar van zweten, we wachten even tot we weer bij elkaar zijn en gaan dan verder. Even later met een mooi uitzicht op de vuurtoren bij Kvalneset nemen we het er even van. Via Rundebranden en Kaldekloven gaat het verder over het eiland en vandaar via bijna dezelfde weg terug naar beneden. Inmiddels is het flink warm geworden. Je mag niet op het hele eiland komen, een deel is natuurgebied.
Als we later terugrijden richting camping zien we de buurman van de camping vissen. Terug op de camping genieten we nog even van het mooie weer en ’s avonds op de pier hebben we het mooiste uitzicht tot nu toe.

Dinsdag 19 juli 2005
Vandaag blijven we rond de camping hangen. De bedoeling was de bergen achter de camping te beklimmen. Je kunt daar naar een meertje Brørevatnet lopen, maar het is zo mistig dat we daar maar vanaf zien. Volgens Magnus van de camping is het echt een mooie tocht en vindt hij het ook jammer dat we niet naar boven kunnen. Eerst maar eens boodschappen doen in Ulsteinvik en dan zien we wel verder.
We kopen allemaal lekkere dingen en gaan nog een stukje rijden. Bij Hareid zien we, als we verder trekken de boot op moeten, kan niet missen. We rijden nog een stuk naar het oosten, we hebben gezien dat je hier ornd kunt rijden. Je komt dan eerst langs een populair zandstrand, Ovråsanden, daar is ook een monument bij Hjørungavåg. Die staat er ter nagedachtenis aan de slag tussen Håkon en Eirik jarl en Deense Vikingen in het jaar 986 AD. De Jomsvikings trachtten zich meester te maken van Noorwegen, maar werden hier verslagen bij Hjørungavåg. Verderop bij het meer zien we bij Holesanden nog een heel oud openlucht zwembad.
Voorbij het meer gaat het met een bocht naar rechts terug naar de grote weg. We rijden terug richting de camping en zoeken buiten Ulsteinvik een mooi plekje om te “luieren”. Daar zagen we een zandstrandje, een beetje in de beschutting, dus heerlijk luieren. Hier vermaken we ons wel en al dat lekkers komt ook wel op.
Terug bij de tent komt er een dame op onze tent af lopen en vraagt of ze ons een paar vragen mag stellen. Tuurlijk. Ze is van het plaatselijke huis aan huisblaadje zullen we maar zeggen. Ze wil graag weten hoe we hier terecht zijn gekomen en wat we gaan doen en waar we hierna nog naartoe gaan. Komt donderdag in de krant.
’s Avonds begint het al vroeg te regenen, moet niet lang zo doorgaan, want dan trekken we verder.
We storen ons nog behoorlijk aan een Duitser die met zijn caravan het terrein op komt rijden alsof het van hem is. Propt zijn caravan pal tegen de tenten van 2 Noorse vaders met hun kinderen en aan de andere kant een Nederlander. Die is ook nog zo gek genoeg om zijn auto aan de kant te zetten. Tjonge, tjonge het moet niet gekker worden.
Niet aan verder aan ergeren, laten we verder gaan met de “Ezel” competitie.
Van de buurman hadden we nog vers gevangen vis gekregen, maar ja waar moesten we het zolang laten, we hadden al gegeten. Geen probleem, kom maar mee zei hij tegen Gerdie en ze gingen samen naar de receptie. Daar mocht het tussen de flesjes Cola en Solo liggen. Morgen nemen we het mee.

Woensdag 20 juli 2005
Het weer is er niet beter op geworden dus we vragen ons af wat te doen. We treuzelen niet langer en besluiten ineens te vertrekken. In minder dan 1 ½ uur hebben we alles opgeruimd en weer op en in de auto gepakt. Ondertussen loopt er een reporter van een andere krant over de camping, maar die heeft alleen maar een voorkeur voor de Duitse gasten en ziet de Noorse vaders niet staan. Die zijn trouwens ook aan het inpakken. Zouden volgens hun kids eerste twee dagen blijven, maar die hebben het zin er ook duidelijk af. Nog even betalen en we kunnen gaan. Vis niet vergeten en Magnus nog even vragen of hij de krant van morgen waar we waarschijnlijk in staan zou willen nasturen. Dat wil hij wel doen en hij wenst ons nog een prettig verblijf in Noorwegen.
We rijden terug naar Ulsteinvik en vandaar naar Hareid, waar de boot overgaat naar Sulasundet. Aan de andere kant gaat het verder over weg 61 richting Ålesund. De weg gaat bij Spjelkavik over in de E39, een echte autobaan dus en dat merk je gelijk. We rijden richting het centrum, omdat we hier al eens op een camping hebben gestaan toen we nog alleen waren. Camping Prinsen was dat, kijken of die er nog is. Het weer is nog steeds niet om over naar huis te schrijven, dus dat zal wel een hut worden.
Het kost ons geen moeite de camping te vinden, beetje groter geworden, maar verder niet veel anders dan vele jaren geleden. Adres van de camping: Prinsen Strandcamping A/S Gåseid 6015 Ålesund telefoon +47 70155204 fax +47 70154996. Er is nog één hut vrij en die nemen we dan ook. Kunnen we vanavond in ieder geval ons visje eten.
We gaan gelijk de stad bekijken, dus spullen uit de auto en op weg. We rijden eerst richting centrum en bedenken ons dan dat we eigenlijk de auto bij Aksla, het uitzichtpunt van Ålesund, willen neerzetten. Je hebt hier een mooi uitzicht over de stad, of liever, HET uitzicht over de stad. Als je een panoramafoto van Ålesund ziet, dan is de kans groot dat die foto vanaf dit punt is gemaakt. Je kunt vanaf hier ook via een paar traptreden (± 400) naar beneden en dan zo het centrum inlopen. Dat doen we dan ook en we komen er snel achter dat de stad van bovenaf er een stuk mooier uitziet. Loop je eenmaal door de stad, dan valt ons op hoeveel panden te koop staan of gewoon leeg en aan hoeveel panden men wel niet bezig is. Beetje grauwe bedoeling allemaal. We dachten ons hier twee dagen te kunnen vermaken maar het valt erg tegen. Tegen een uur of 5 rijden we dan ook terug naar de camping en spreken we af dat we morgenvroeg nog naar het Atlanterhaus parken gaan aan de kust, kijken of dat leuk is voor de jongens en daarna gelijk richting Stordal rijden.

Donderdag 21 juli 2005
Het regent als we vanmorgen de slaapzakken in de auto pakken, meer hadden we er niet uitgehaald. We gaan betalen en kijken hoe laat het Atlanterhaus (http://www.atlanterhavsparken.no/) open gaat. We hebben nog even en dus rijden we in een rustig tempo dwars door de stad over de E136, komen langs het Color Line stadion van de plaatselijke voetbalclub en rijden helemaal door naar het schiereiland met het plaatsje Skarbøvik. Het is een soort van Atlantisch zee aquarium. Jammer maar de jongens zijn vrij snel uitgekeken. We nemen een kop koffie in het restaurant en kijken daarna nog even bij het krabbenvangen. Ook niets meer voor de jongens dus kunnen we net zo goed op weg gaan naar Peter en Mieke in Stordal.
We verlaten de stad via de E39 / E136. Die 2 wegen lopen hier een hele tijd parallel aan elkaar naar het oosten. Bij Sjøholt laten we de grootste drukte achter ons als we weg 650 opdraaien.
Is ook gelijk een mooi moment om even onze boterhammen te eten, want het is inmiddels droog en ook wel weer even tijd om de benen te strekken.
Naar Stordal is het niet ver meer en dus rijden we met een lekker warm zonnetje het dorp binnen op weg naar de Tourist info. We hoeven niet lang te zoeken want die staat aan de “hoofdstraat” en is niet te missen. Peter heeft ons al gezien en komt ons buiten begroeten. We gaan naar binnen en daar is Mieke net klaar met een bezoeker die vraagt waar de fietsenmaker te vinden is. Die zal wel met vakantie zijn is de reactie, maar bij de “pomp” kunnen ze u misschien helpen. Grappig, ook op dit soort vragen moet je een antwoord kunnen geven.
Leuk hé, een Tourist office opgezet door Nederlanders. Dat wil zeggen Nederlanders die van aanpakken weten, want het pand stond al een paar jaartjes leeg en nu zitten zij er in eerste instantie voor een jaar in. Ze hebben er zelfs de pers mee gehaald.

STORDAL MED EIGE TURISTKONTOR
Publisert av : Norunn Busengdal

Onsdag den 15.juni åpner det nye turistkontoret Stordal.
Onsdag 15.juni åpnar det nye turistkontoret i Stordal. Turistkontoret er eit samarbeidsprosjekt mellom Stordal kommune og Onis Media. Kontoret ligg i dei tidlegare Nordea-lokala (Talbergbygget) i Stordal sentrum. Etableringa er eit ledd i kommunen si auka satsing innan turisme/reiseliv. Turistkontoret vil vere åpe kvar yrkedag (ikkje søndag) frå 15.juni - 15.august. Tlf 70 27 84 51 - Fax 70 27 84 52 - post@stordalinfo.com - www.stordalinfo.com I tilknytning til turistkontoret vil det vere sal av souvernirar og ulike spesialprodukt. Frå 16 juni kl 11.00 vil turistkontoret vere i normal drift. Både fastbuande og tilreisande er då hjarteleg velkomne til å besøke kontoret.

Ik ga het niet voor u vertalen, maar de strekking is wel duidelijk toch?

Het gaat goed met ze, hebben het naar hun zin en zouden hier heel graag willen blijven. Maar ja er moet wel brood op de plank komen. Ze zitten trouwens nog boordevol met allerlei plannen om te doen, dus dat komt wel goed. We spreken af dat we bellen om een keer thuis bij hun koffie te komen drinken, want ja zij zijn nog gewoon aan het werk.
We rijden aan het einde van de middag door naar Tafjord, daar moet van alles te doen zijn in de omgeving. Je kunt er mooi wandelen, fjordentochten maken, zwemmen in een heus verwarmd zwembad. Waar we uiteindelijk terecht komen, is een camping die recent door Nederlanders is overgenomen. De Båthamn Camping in Tafjord (adres Båthamn Camping Tafjord Albert en Joke van der Meule N-6213 Tafjord telefoon: 00 47 - 70 25 76 23 E-mail: info@tafjord-hamn.no Internet: www.tafjord-hamn.no) zien we eerst niet liggen. Als je de laatste tunnel uitkomt worden je ogen automatisch naar een andere camping getrokken die hogerop tegen de helling aangeplakt ligt. Maar rijd je verder dan zie je ineens allemaal vlaggen en borden naar deze camping. We betalen voor het eerst apart voor de tent 112 kronen en voor de kinderen 12 kronen p.p. en voor ons 21 kronen p.p. totaal 178 kronen per nacht! Ja, ja, Hollandse prijzen, maar het is dubbel en dwars de prijs waard.
Het is er nog rustig en we kunnen in alle rust een plek voor de grote tent uitzoeken. Hier blijven we wel een paar dagen staan, want er is o.a. een grote trampoline en een nog grotere springkussen, dus de heren vermaken zich wel.
We richten ons plekje in en zoeken uit wat we de komende dagen zouden kunnen gaan doen. Morgen eerst maar eens rustig aan de omgeving verkennen. Mats gaat gelijk proberen of de vissen hier een beetje willen bijten en dat schijn te lukken, want terwijl ik er bij sta te kijken haalt hij ze er achter elkaar uit.

Vrijdag 22 juli 2005
We rijden het dorp uit richting het Kaldhusdal. Verderop moet een DNT hut staan, de Kaldhusseter. Daar kan je nog een stuk verder tot een meer, mooie plek trouwens om wild te kamperen, water bij de hand en hele mooie plekjes met gras aan het water. Verderop is het privé terrein.
Later krijgen we op de camping een folder in handen “Til fots i Tafjordfjella”, een folder die allerlei gemarkeerde routes in dit gebeid beschrijft. Twee ervan staan ook in het ANWB boekje, Wandelgids Noorwegen ISBN nummer 90-18-01644-6 uitgifte 2003.
We kijken nog eens goed rond, want het is hier wel heel erg mooi. Komen hier zeker terug en één van de twee routes gaan we zeker lopen. De minst zware van de twee naar Reindalseter denk ik.
Op de camping is het inmiddels wat drukker geworden en, leuk voor de jongens, wat meer kinderen. Ze verzamelen zich na verloop van tijd bij de trampoline en middels gebaren komen ze er wel uit wat ze van elkaar willen weten.
Ook deze avond komt de campingeigenaar even een praatje maken wat zijn plannen zoal voor de toekomst zijn. Als we tips hebben moeten we vooral niet nalaten die door te geven. Nou je het zegt … nee, zonder dollen, als kampeerders die veel Noorse camping hebben bezocht hebben we best wel een paar tips voor deze camping.
Als we later van een kop koffie zitten te genieten komen er twee reigers aanvliegen. Gisteren waren ze er ook al en ook toen werden ze aangevallen door de meeuwen die hier heer en meester over het water zijn zo lijkt het. De beesten worden helemaal achterna gezeten tot ze weer ver genoeg weg zijn. Ook zien we hier nog een ander verschijnsel. Op een gegeven moment is het op één plek heel onrustig in het water. De campingbaas legt ons uit dat dat de haringen zijn, die opgejaagd worden door de bruinvissen. Een apart gezicht. Er zouden ook zeeotters moeten zitten, maar dat geluk hebben wij niet gehad.

Zaterdag 23 juli 2005
Onder de kinderen die op de camping zijn gekomen zitten ook een paar meiden, dus dan weet je het wel. Lekker stoer doen en vooral niet opvallen! Ahum! Maar ja, waren we vroeger niet precies zo?

Vandaag gaan we een tocht maken naar de Reindalseter turisthytta van de DNT. Een tocht, volgens het boekje en de kaart van 2 uur heen en 2 uur terug. Kunnen we mooi de hele dag of dat wat er nog van over is doen.
We hebben de beheerder van de camping belooft de route te beschrijven zodat hij deze eventueel op zijn site kan zetten of er een folder van kan drukken voor zijn campinggasten.

Je moet dan eerst met de auto naar de Zakariasdam rijden bij het Sakariasvatnet. Daar is een grote parkeerplaats en het is iedere keer weer een beetje schrikken hoe vol die parkeerplaatsen staan. Je verwacht het gewoon niet, want zoveel verkeer kwam er niet langs de camping dachten we. Nu is het overigens zaterdag en gaan ook veel Noren, zeker met dit weer de bergen in. Die komen er zelfs helemaal voor uit Ålesund.
Je loopt vervolgens de parkeerplaats af richting de tunnel van de waterkrachtcentrale en links daarvan onder langs de rechterkant van het meer loopt het pad. Kan niet missen, gewoon de Rode T volgen en je komt er. Het pad gaat een hele tijd langs de rand van dit meer, soms loop je er een paar meter hoog boven en verderop kun je er bijna in pootjebaden. Zou ik niet doen trouwens, KOUD. Zo nu en dan is het pad voorzien van grote stenen, maar over het algemeen is het uitstekend te lopen. Door de bomen links van je, heb je af en toe een mooi uitzicht op het meer. Verderop, aan het einde van het meer, gaat het pad meer omhoog, om hoogte te winnen waarschijnlijk, want we horen namelijk al het geraas van een enorme waterval en om die te passeren kun je maar beter aan de bovenloop van de rivier zitten. Het wordt hier ook gelijk een stuk groenen met veel varens en een hoop bloemen (lupinen en veel verschillende orchideeën). Verderop is er de mogelijkheid om water te drinken uit een riviertje dat uit de bergen komt. Na verloop van tijd zijn het voornamelijk berkenbomen, we moeten dus al redelijk hoog zitten. Het gaat hier zo steil omhoog, dat er een staalkabel is gespannen waaraan je je kunt optrekken of gewoon om vast te houden als je last van hoogtevrees hebt. In het ANWB boekje staat dat dit een beetje overdreven is, omdat de passage beslist niet gevaarlijk is. Nou, het zal met de veiligheid te maken hebben, want tref je op dit stuk toevallig een tegenligger me een rugzak, dan is zo’n kabel en inmiddels een hekwerk zo gek nog niet.
Het pad gaat hier op en neer en in de verte komt het geraas steeds dichterbij. Als je achterom kijkt heb je een heel mooi uitzicht over het meer en in de verte kun je nog net de stuwdam zien Bovenop komt tussen de bomen door de Reindalsfossen al in zicht. Wat een geweld. Voordat je er bent loop je nog een tijdje langs de kloof en af en toe is er gelegenheid om over de rand van de kloof te kijken. Bruggetje over en hier eerst maar eens genieten van de zon en de schitterende omgeving. Volg je de loop van de rivier omhoog dan zie je die zijn weg zoeken tussen de rotsen en omlaag kijk je weer uit over het meer en zie je de rivier in de diepte storten. Erg mooi, mooier is het nog als je, blijkt later, nog even een stukje doorloopt. Je komt dan uit op een richel met een nog mooier uitzicht. Pas hier echter wel op, want door het gestuif van al dat water onder je kan het pad en de stenen glad zijn.
Aan de andere kant van de brug gaat het pad met een bocht naar rechts en omhoog het Reindalen in. Gelijk weer een stukje klimmen dus. Het pad gaat verder en onderweg komt u over diverse passages om de moerasachtige ondergrond droog te kunnen passeren. In de riviertjes die je moet passeren heeft men stenen gelegd om ook hier met drogen voeten aan de andere kant te komen. Kijk je hier naar links dan zie je tussen de bomen door een klein meertje met de naam Sidevatnet liggen. Vanaf het pad zijn door wandelaars al diverse paadjes naar beneden gemaakt om bij het water te komen. Deze onthouden we, als we op de terugweg willen pauzeren doen we het hier.
Iets verder bots je tegen een enorme steile wand aan. Moeten we hier omhoog? Ja en we zijn blij dat het droog is, want als het regent moet je hier helemaal opletten. Het pad is hier en daar voorzien van treden op de stenen en hebben ze hekwerk aangebracht. Het is flink klimmen en er zitten daarom ook flink wat lussen in. Neem er je tijd voor en kijk af en toe eens achterom (of bewaar dit voor de terugweg) waar je vandaan komt. Na pakweg 150 meter heb je deze klimpartij er op zitten en wordt het weer enigszins vlak en loop je door, dan heb je even later een mooi uitzicht op Reindalen en het meer beneden in de diepte. Als je goed kijkt zie je in de verte de Noorse vlag al hangen, maar of dit de hut is?
Vanaf hier is het makkelijk lopen naar de hut. Eerst passeer je nog een paar andere hutten waar je ook kunt overnachten, waaronder de Jacobselet, dat is een soort van dependance van de grote hut voor als die vol is. Voor de hoofd (DNT) hut moet je iets verder lopen, rechts de brug over en dan is het nog 100 meter voor je bij de hut bent.
Toen wij er waren, juli 2005, was men naast de hut bezig met o.a. een nieuw toilettengebouw. De hut zelf is nog helemaal authentiek, je kunt het gewoon ruiken. Binnen kun je frisdrank, koffie, thee en dat soort dingen kopen. Men heeft er ook geen bezwaar tegen als je buiten aan de grote picknicktafels je eigen brood opeet.
De wandeling gaat via dezelfde route terug, maar gaat wat sneller, want er hoeft minder geklommen te worden. Dalen is trouwens ook geen pretje, want dat voel je ook flink in de knieën. Zoals gezegd hebben wij bij het meertje Sidevatnet het pad even verlaten en zijn naar beneden gelopen. Uit de schaduw en vol in de zon. De jongens hebben hier nog gezwommen.
Veel mensen hebben dit al voor ons gedaan, want er is min of meer een pad ontstaat dat nog een eindje verder loopt.

Terug op de camping zien we voor het eerst dat we hier staan de gehele bergen. Eerder waren die uit het zicht door de bewolking, maar nu zien we ze helemaal. Tot laat in de avond is het nog mooi, dus we profiteren maximaal en zitten een deel van de avond buiten. Dat was nog niet vaak voorgekomen deze vakantie. De jongens vermaken zich ook met de andere kinderen op de camping, dus iedereen blij.

Zondag 24 juli 2005
We hebben afgesproken met Peter en Mieke om koffie te komen drinken, niet te vroeg want na zo’n tocht als die van gisteren mogen we graag even wat langer blijven liggen. We hebben het adres dus het moet geen probleem zijn dat te vinden in zo’n klein dorp dachten we. Maar dat viel even tegen, we reden verkeerd. Dus Peter maar even bellen en die coachte ons vanachter de keukentafel via de GSM naar boven. Ik vergat echter wel goed op te letten en zag de onopvallende verkeersdrempels dit keer helemaal niet met als gevolg een enorme klap.
Het was erg gezellig en van het uurtje koffiedrinken kwam dan ook niet veel terecht. Pas aan het einde van de middag reden we weer richting camping. Binnenkort vliegen Peter en Mieke naar Nederland want dochter Lotte is zwanger en ze worden dus opa en oma.
Voor dat we morgen verder trekken, maken we hier vanavond nog een voetbaltriller mee, live op de televisie. Ålesund moet tegen Trondheim voetballen en veel campinggasten komen uit Ålesund, dus dat zal me benieuwen. Het valt met het lawaai reuze mee en zelfs als de beheerder na 22.00 uur de campingwinkel op slot doet is het rustig. Ålesund won de wedstrijd trouwens.

Maandag 25 juli 2005
Vandaag gaat het verder richting Trondheim. Ook een stad waar we al eens met z’n tweeën zijn geweest. Het zal ons benieuwen of dit net zo’n tegenvaller wordt als Ålesund.
We moeten eerst een stukje terugrijden richting Stordal en dan in Valldal bij de boor rechtsaf. Je rijdt dan het Norddal in met aan weerszijden van de weg enorme aardbeienvelden. Wat opvalt is dat er heel veel polen aan het werk zijn. We kopen een bakje voor later op de broodjes en rijden verder richting het Meierdalen. De weg gaat hier al weer flink omhoog. Onderweg komen we allemaal fietsers tegen van ik dacht Vrij uit. Verder terug hadden we de bus al zien staan op een kleine camping. Dat is ideaal. Je neemt zelf al je spullen mee op vakantie, komt ’s avonds op een camping, zet je eigen tent op en ’s morgens breek je zelf alles weer op, je gaat naar een bepaald punt fietsen en begint het weer van voren af aan. Je start allemaal gelijk neem ik aan en na verloop van tijd fietsen de hele sterken voorop. Ook zij komen verderop langs / over Trollstigveien en ze mogen blij zijn dat het voor hen omlaag gaat, hoeven ze alleen maar te remmen. Ze zijn er flink met de weg bezig en we krijgen de indruk dat ze bezig zijn met een extra lus.
Aan het einde van de Trollstig kom je uit in het plaatsje Åndalsness. We kennen deze plaats, want ooit hebben we hier bij de Turistinfo naar leuke campings in de omgeving gevraagd en die bevielen ons toen niet. We kwamen toen uiteindelijk in een hut terecht. Ook nu moeten we helemaal om de fjord heen rijden over weg 64. Langs het Langfjorden over weg 660 is het een nogal saai stuk, nergens een mooie gelegenheid om de weg te verlaten en naar het water te rijden. Verder gaat het via Eidsvåg, daar rechtsaf weg 62 op naar Sunndalsöra. Daar langs het Tingvollfjorden en verderop het Sunndalsfjorden ziet het ineens een stuk aantrekkelijker uit.
We willen richting Tronheim, dus moeten we hier meer naar het noorden. Via weg 16 en later 670 komen we bij Rykkjem (Rökkum) uit, waar we de boot naar Kvanne om van 15.15 uur nemen. In Surnadalöra vragen we bij de Touristinfo naar informatie over campings in de omgeving. Langs weg 65 richting Trondheim moeten er een aantal zitten volgens het meisje achter de balie, maar als die even later aan een wat oudere dame nog wat meer gegevens vraagt, blijken er niet zoveel mogelijkheden te zijn. Wel veel campings voor caravans met een vaste plek, maar voor tenten is er niet veel. Wel terug richting de fjord, maar daar komen we net vandaan. Voordat we het doorhebben zijn we Rindal al voorbij en komt Trondheim erg dichtbij. Het is hier een mooie streek, maar we zien geen campings. Bij Storås gaat het linksaf omhoog weg 65 richting Svorkmo en bij Fannrem, Orkanger krijgt de omgeving al aardig een stadse allure.
We rijden over een gloednieuwe weg langs de Orkdalsfjorden, geen mooie uitzichten meer, want om de haverklap duik je een tunnel in en ook geen mogelijkheden meer om de weg te verlaten, want inmiddels is deze bij Strandheim overgegaan in een tolweg. Bij Buvika kom je op een punt om deze tolweg te verlaten en we zien een bodje van een camping. We denken niet verder na en verlaten de weg. Even verderop komen we uit op de Øysand camping (7224 Melhus Telefoon +47 72 87 24 15 http://www.oysandcamping.no/ ) op 11 kilometer van Trondheim (we betalen 105 kronen voor een dag). Voor als je op doorreis bent is dit wel een leuke camping. De tenten krijgen hier de plekken aan het water en de caravans moeten achteraan staan. Waarom voor één nacht wel goed. Er is totaal geen beschutting. Dus als de wind van zee (fjord) komt en die kans is groot, moet je wel een stormvaste tent hebben. Er is geen beschutting waar je achter kunt gaan staan. Dus wij hadden eerst de auto op een goede plek neer gezet en toen de tent er tegenaan. Als we ’s avonds genieten van het mooie uitzicht, komt er vanuit de bergen een arend aanvliegen pikt een vis uit het water vlak voor onze neus en vliegt weer weg de bossen in. Ging zo snel, niet eens kans gehad de camera te pakken.

Dinsdag 26 juli 2005
We gaan de stad in. Daarvoor moeten we de tolweg weer op en nu krijg je ineens een “Tol pas” voor 15 kronen die 60 minuten geldig is en die je kunt gebruiken voor de hele Trondheimsringen.
We parkeren de auto middenin de stad vlakbij een Domus. Als we straks verdergaan kunnen we daar eerst nog boodschappen doen.
Trondheim is een mooie, grote stad geworden, we herkennen er maar weinig van terug. De jongens vinden het ook wel prachtig want er is veel uit de oudheid bewaart gebleven. Zo lopen we langs de grote Nidarosdomen, de rustplaats van Olav de Heilige. Heeft wel wat en ze zijn er net aan het opbouwen voor een avondvoorstelling of zo. Er staan veel netwapens buiten en dat is natuurlijk voer voor onze jongens. Bij de haven (Ravnkloa) gaan we bij een bakkertje koffiedrinken met wat lekkers erbij. We zien veel winkels in 2e handsspullen waar we toch even naar Noorse truien gaan kijken. Er hangen er genoeg bij,m aar toch wagen we ons er niet aan ééntje te kopen. Blijft een gekke gedachte dat iemand anders daar in gelopen heeft.
We slenteren nog even heerlijk door de stad en besluiten dan naar de auto te gaan om verder te trekken. Aan het einde van de middag zouden we ook nog van het mooie weer kunnen gaan genieten. We verlaten de stad via de E6 richting Malvik, Hommelvik en Stjördal. Voor die plaats moeten we er af richting het zuidoosten, weg 705 op, richting Selbu.
De omgeving ziet er ineens lieflijk uit, met verderop een meer. We zijn niet veel opgeschoten, maar als hier een leuke camping is, gaan we er staan. Selbu staat als een behoorlijke “gele” vlek op de kaart, maar in werkelijkheid stelt het niet veel voor. Eenmaal het dorp uit komen we bij een Outdoor-sportshop annex Touristinfo uit en vragen naar de kampeermogelijkheden in de buurt. Zelf hadden we er al twee bekeken, maar allemaal caravans. Verderop moet er één zijn, dat is nog wel een uur rijden maar voor tenten een mooie plek. En daar vertrouw je dus op en rijden we verder over weg 705. Inmiddels trekt het helemaal dicht en is er van het mooie weer niets meer over.
Vlakbij Stugavollen aan het Stugusjöen zou een mooie kampeercamping zijn. Als we het terrein oprijden zien we alleen maar vaste caravanplekken en zowaar één tent staan. Dit kan niet waar zijn. Een Noor in een outdoorwinkel die ons hier naartoe stuurt? Dat is flink balen en inmiddels regent het behoorlijk. Nog niet voorgekomen deze vakantie trouwens, dus niet te veel zeuren en hopen op een mooie camping.
Door al die kilometers komen we al aardig in de buurt van Röros uit. Veel eerder dan de bedoeling was. Er zit niets anders op, we moeten verder, want hier is het niets. Wel is de natuur hier schitterend. Bovenop Langsvola heb je een mooi uitzicht over de omgeving richting de Zweedse grens en de andere kant op richting de Kjölifjell. We maken een panoramafoto om in ieder geval de omgeving vast te leggen. Het lijkt al aardig op Femundsmarka. Tot Brekken rijd je door een hel mooie omgeving waar je ongetwijfeld mooie wandeltochten kunt maken. Maar wij moeten verder, het is al laat, en het weer is er niet na om nu te gaan wandelen. Op de kaart staat bij Brekken een symbool voor een camping en een hut. De hut is een hele luze en de camping is niet te vinden, dus rijden we door naar Röros en wat denk je?
We komen uit op de Bergstaden camping (J.Falkbergets Vei 34, 7374 Røros Telefoon +47 72 41 15 73) in Røros (we betalen 130 kronen per dag). Een perfecte camping voor een paar dagen. We zijn hier al vaker geweest en het is een perfecte uitvalsbasis om van hieruit de omgeving te verkennen. Dat gaan we ook doen de komende dagen.

Woensdag 27 juli 2005
We hebben het heerlijk rustig aangedaan met opstaan vanmorgen en koffiedrinken bewaren we voor in het dorp straks. We parkeren de auto vlakbij het station en lopen vandaar het dorp in. We komen langs een kraam die van allerlei shirtjes, aanstekers, petten en meer van die dingen verkoopt. De verkoper spreekt een beetje Nederlands, heeft een aantal maanden in Rotterdam gewerkt. De jongens kopen allebei een voetbalshirtje voor een habbekrats en zijn ook weer tevreden.
We kijken nog even bij het oude mijn gedeelte, maar het inmiddels zo warm geworden dat we besluiten terug te gaan naar de camping, kunnen we ook genieten van het mooie weer. De jongens vermaken zich in de duinen (Kvitsanden), een gebied dat is blijven bestaan uit de tijd de hele omgeving hier nog onder water stond.
Bij de Touristinfo hebben we op de kaart een mooie tocht gezien bij Langen. Er komt goed weer aan, dus morgen gaan we weer een mooie tocht maken. ’s Avonds zitten we nog even in de TV hoek van de camping te kijken naar de Bisletgames ter ere van de verbouwing daar. Het vuurwerk pakken we nog net even mee.
Op de kaart wordt de wandeling aangegeven met 3t 4t en 2t dus totaal 9 uur lopen. We zien morgen wel of we ergens af kunnen korten.

Donderdag 28 juli 2005
We rijden met de auto richting Sörvika. Dat is in de richting van Tolga rijden en dan buiten Röros gelijk over de brug linksaf. Dit is de weg naar de boot over het Femundmeer. Eerst is het nog asfalt, maar daar waar de huizen in aantal afnemen gaat het over in een gruizelweg. Voor deze wandeling moet je niet helemaal doorrijden tot Langen of Sörvika, maar moet je bij Håsjømary linksaf slaan. Goed opletten, er staat geen bord. Wel is het hier het beginpunt van de tolweg naar Fjøburøsta (we betalen 20 kronen). Wij rijden niet door naar de hut, maar stoppen eerder bij een parkeerplaats en kampeerplek aan het water. Vanaf hier kan je ook starten voor een tocht richting Ljøsnåvollen.
Dat doen wij dan ook, alleen slaan wij eerder af. Het eerste uur loop je door veenachtig gebied en even later kom je bij een meer (Feragen, de uiterste zuidpunt) uit. Het is nog veel te vroeg op de dag, dus we blijven niet lang plakken. Verderop komen we uit bij een soort houten goot die van het ene naar het andere meer loopt. Het heeft veel weg van een kano transportband, maar dan wel met weinig water. Bij het beginpunt van die goot staat een hutje, kan je zo gebruik van maken, maar er zitten al mensen in zo te zien. We lopen verder richting Svartvika en gaan even later bij de splitsing rechtsaf richting Langen.
We passeren wederom een tweetal hutten, Gjerdbua en Furrubakken, met een bordje er op dat je die kunt huren. Onderweg pakken we op mooie punten af en toe even een pauze mee om nog meer kleren uit te doen, want de zon schijnt heerlijk.
Tijdens onze middagpauze bij Litlangtjønna loopt Mats naar het water beneden om zijn fles te vullen en een beetje te klooien met water en hij ziet verderop weer zo’n goot zegt hij. Als we even later onze tocht vervolgen, zien we deze goot inderdaad en deze keer moeten we er via een brug overheen. Er liggen twee kano’s te wachten die de indruk maken dat ze door die goot naar beneden, het andere meer, willen. Één van de boten komt echter klem te zitten, zodat we ons afvragen of de goten daar wel voor zijn. We helpen de mensen met los sjorren van de boot en het verplaatsen van de loodzware rugzakken. Als ik vraag of er nog iets verplaatst moet worden, wijst de dame van het stel naar een grote tas. Pak ik wel even dacht ik, ik breek mijn rug zowat. Een hele grote tas vol met hondenvoer in blik. Mijn god, die boot was nooit meer los gekomen als die zo de goot in was gegaan.
Later op de camping lezen we dat deze goten bedoeld waren om hout te transporteren naar de mijnen in de 18de eeuw. Als de boten los zijn vervolgen wij onze tocht richting Langen. Daar kunnen we iets drinken zo lijkt het op de kaart. Als we daar laten aankomen, de tocht daarheen gaat heel geleidelijk aan door het bos omhoog en weer omlaag, zitten er mensen uit te rusten die we eerder ook al bij Håsjømary hadden zien lopen en die hadden zelf drinken gemaakt zo te zien. Het blijkt dat we geen flesjes of zo kunnen kopen, dus breken we ons laatste pak drinken aan voordat we aan de terugtocht beginnen.
Tja, die terugtocht. Er stond 100 meter terug een bordje richting waar de auto staat, maar hoeveel “timer” is dat nog lopen en het is veengebied zo te zien. Is het niet verstandiger om langs de weg te lopen. Dat zal dacht ik een kilometer of 5 zijn. We kunnen de gok niet wagen en dus besluiten we langs de weg terug te lopen. Links van de weg, want het begint druk te worden. Iets verderop zien we de afslag links naar Tufsingdal, daar gaat de DNT wandeling naartoe. Wij moeten echter richting Håsjømary en dat is nog een hele tour. Veel later dan we verwacht hadden, komen we bij de auto aan. Bij elkaar opgeteld komen we op totaal meer dan 20 kilometer uit. Een beste tocht en petje af voor de jongens. Op de terugweg stoppen we nog even bij Rambergssjøen om van het mooie weer te genieten, daarna rijden we voldaan terug naar de camping.
Als we ’s avonds in de tent zitten (het is weer koud) komt er een Belgische familie naast ons staan. Ze zetten een aantal tenten op en zo te horen hebben ze er net een zware trektocht opzitten.

Vrijdag 29 juli 2005
Gisteren een zware tocht, vandaag een rustdag dus. De heren liggen met hun “gameboys” in de slaapzakken bij te komen en wij doen het ook rustig aan. We genieten van de typische camping taferelen, mensen die wakker worden, slaapzakken die over de tent hangen te luchten, mensen die opbreken en ga zo maar door. Altijd een mooi gezicht als je zelf nog blijft.
Zelf lopen we in de middag naar het verderop gelegen Doktortjønna. In de RørosGuide hadden we gelezen dat daar sinds dit jaar ook het Femundsmarka National Park Centre (www.doktortjonna.com) is geopend met veel informatie over de omgeving en het verleden.
Het ziet er heel mooi en natuurlijk heel nieuw uit. Er loopt een videoband met beelden uit de omgeving en hier zien we nog eens dat het geen kanogoten zijn maar hout transportgoten.
Boven in het gebouw is een hele uitgebreide bibliotheek waar we ook nog even rondsnuffelen en buiten is ruimte voor allerlei activiteiten voor de jeugd van kanoën op het meetje tot het zelf transporteren van hout in een miniatuurgoot.
Terug op de camping maken we contact met de Belgische buren. Ze hebben er een tocht opzitten in Dovrefjell nasjonalpark, richting Reinheim en verder naar Loennechenbua. Zware tocht met een lift terug naar de auto. Zij liepen van hut naar hut en dan moet je ook doorlopen naar zo’n hut en dat kan het zwaar maken. Met een tentje bij je ben je net iets vrijer om te gaan staan waar je wilt.
Deze avond is het zo koud, dat we de tv hoek invluchten om warm te blijven en te worden voor als we dadelijk de slaapzak in gaan. Heb je dan koude voeten, dan komt het niet meer goed.

Zaterdag 30 juli 2005
Het weer ziet er goed uit deze dag, dus besluiten we maar eens verderop bij het Femundmeer te gaan kijken. Inmiddels hebben we een wandelkaart van de omgeving gekocht en wat blijkt, de terugweg van Langen naar de auto van eergisteren hadden we best over de route terug kunnen lopen, was mooier geweest en sneller.
Nu rijden we richting Femundsenden over weg 28 om bij Sæter een tocht naar Jonasvollen aan het meer te maken. We moeten even zoeken, maar uiteindelijk vinden we het DNT gebouw bij een boer op het erf. We maken ons klaar voor de tocht, maar kunnen dan het begin van de route niet vinden. We vragen het verderop en het blijkt dat we zo, met deze schoenen, de tocht niet kunnen maken. Het is er te nat, de afgelopen dagen heeft het hier schijnbaar flink geregend zodat de wandeling door het veen voor ons niet te doen is. Tevens is er geen brug over de rivier, maar moet je er door heen waden. Niets is minder vreemd in Noorwegen trouwens, maar als je daarna niet door het veen komt houd het op. Wat nu. We besluiten dan maar met de auto naar het meer te rijden en ons daar te vermaken. Voor de weg Jonasvoll – Lunbeck v.v. naar het meer betalen we 20 kronen tol.

Dat lukt prima, we vermaken ons met het kijken naar het meer, de jongens die zich zelfs in dit koude water wagen, of met de hand hele kleine visjes vangen. We wachten even tot de boot Femund II (www.femund.no) komt. We zien hem aanleggen in Revlingen en daarna komt hij hier naartoe. Mooi gezicht zo’n oude schuit. Dit jaar viert men het 100 jarig bestaan van de boot zelf.
Tegen het einde van de middag zien we vanuit het zuiden de bewolking al weer aankomen en moeten we voortmaken als we droog willen blijven. Eenmaal terug in Røros gaan we eerst langs de Kiwi om boodschappen te doen. Als we de winkel verlaten regent het keihard. Dat wordt in de tent zitten voor de rest van de dag denken we.
Niets is minder waar een uurtje later is het weer het mooiste weer van de wereld en leggen we een vreemd verschijnsel vast op de foto. Het lijkt of we de zon en een reflectie daarvan op een wolk hebben vastgelegd. Moeten we maar eens voorleggen aan een expert.
We vertellen onze Belgische buren nog dat we morgen verder trekken naar Femund (Sorken) en bij een kennis op het terrein gaan staan. Blijkt dat zij daar voor twee dagen kano’s hebben gehuurd. Een prima keuze vertellen we.

Zondag 31 juli 2005
Met Mieke afgesproken dat we zelf op het kanokamp gaan staan en dat we regelmatig contact met elkaar zullen hebben de komende dagen. We nemen afscheid van Røros en onze Belgische vrienden (hoewel, afscheid) en rijden een groot deel van de route die we gisteren ook al reden richting Femundsenden, weg 28 en later weg 26. In de buurt van het meer, rijdt er al een hel tijd een oude taart voor ons, die een onrustige indruk maakt achter het stuur. Op een gegeven moment trapt ze net na een afslag keihard op de rem, ik kan haar nog net ontwijken en de auto achter mij ook. Zouden we bijna voor de tweede keer deze vakantie schade hebben. Hier, deze omgeving, komt ons al weer heel bekend voor alsof je thuis komt lijkt het wel. We rijden niet eerst naar Sorken, maar rechtdoor naar Drevsjø en daar via weg 218 naar de Zweedse grens Lillebo, waar Mieke woont. We kletsen veel bij en ondertussen heeft ze er voor gezorgd, dat we een hut kunnen huren bij Bengt, dus we hoeven in ieder geval niet alles van wat we ingepakt hebben straks weer uit te pakken.
Op het camp is ook alles bij het oude, het blijft ook gewoon lokken zo’n omgeving. Tegen de avond maken we een ommetje over het terrein.

Maandag 1 augustus 2005
Niet veel actie deze dag. Is ook niet altijd nodig. Wel hebben we nog koffie gedronken bij Bengt en zijn vriendin. De meiden komen er later ook nog bijzitten, kunnen we gelijk afspreken voor morgen.

Dinsdag 2 augustus 2005
We zijn naar Elgå gereden om daar een beetje rond te kijken. In Elgå zelf is ook een Femundsmarka National Park Centre gekomen. Hier moeten we wel entree betalen en er is niet meer te zien. Geeft niet, we vermaken ons. Ook hier zien we de boot aankomen en er zitten nog veel passagiers op. We rijden terug naar de supermarkt in het dorpje en gaan daarna naar een punt langs de weg vanwaar je volgend Bengt een hele mooie tocht kunt maken. Dat is bij Djupsjøvollen, vanuit Elgå rechts van de weg. Vandaar gaat het eerst naar beneden en dan via een pad richting Båthusberget tot aan het Båthussjoen. Je kunt hier nog verder lopen, met een grote boog achter en over de berg heen. Als we later een mooi plekje aan het meer vinden en daar van de omgeving genieten, zien we bergop in de verte een aantal mensen naar beneden komen.
Ik loop nog even naar het hutje verderop, staat wel op de kaart maar heeft geen naam. Maar, we moeten niet langer treuzelen, we gaan vanavond met Mieke en haar meiden uit eten in Engerdal en we zijn nog lang niet terug in het camp, dus opschieten.
We pikken de dames op en rijden naar Lillebo, vandaar gaat het naar Engerdal waar we bij het plaatselijke Pensionat gaan eten. Die is overgenomen door een stel Nederlanders en die proberen nu een bestaan op te bouwen in deze streek. Met de komende Engerdalsdagene maken ze al een goede start. Dat is het plaatselijke volksfeest. Het hele pand zit vol en ze hebben zelfs extra matrassen aan moeten slepen om aan de vraag te voldoen.
Wij eten er lekker en het is gezellig. Voor een lekker kopje koffie gaan we nog even bij Mieke thuis langs. Har nieuwe veranda is net klaar en het weer is goed, dus lekker uitbuiken op het terras, kopje verse koffie erbij, de avond kan niet meer stuk.
Van kennissen ontvingen we nog een mail dat ze in Noorwegen zijn aangekomen, dus besluiten we morgen niet op zoek te gaan naar een hut, maar door te rijden naar de stadscamping van Oslo, daar staan ze. Ze zijn op de fiets en dat is nog een hele onderneming.

Woensdag 3 augustus 2005
We nemen de tijd om vanmorgen alles goed in te pakken en de spullen bij de hand te houden die we vanavond nodig hebben en de spullen die we op de boot nodig hebben. We nemen afscheid van onze Belgische vrienden en we vragen ze of ze wellicht een verslag van hun wandeltocht voor onze Noorwegen website willen schrijven. Dat willen ze wel proberen, leuk. We gaan nog één keer bij Mieke langs en dan moeten we echt gaan.
Via de inmiddels voor ons bekende weg, weg 26 vanaf Drevsjø, rechtdoor bij Jordet, Trysil en vandaar weg 25 naar Elverum. Daar doen we even boodschappen en verder gaat het richting Hamar, Oslo over weg 3 en voorbij Hamar de E3.
Tussen Elverum en Hamar gaan we er bij Løten even af. We weten daar inmiddels een Kaarsenmakerij te zitten die ook vanuit de fabriek verkoopt. Er is een hele winkel bij met van alles en nog wat, wat je met kaarsen kunt doen. Even iets leuks voor thuis kopen en niet te vergeten voor Oom Henk. We volgen de E6 verder richting Oslo en dan wordt het zoeken geblazen. Het is inmiddels spits en er is veel verkeer op de weg. Heel veel verkeer zelfs. We komen in een heuse file te staan en weten niet meer of we de goede afslag naar de Ekeberg camping hebben genomen, ik dacht het wel, maar we wachten het gewoon af. Tien minuten later zien we dat we goed zitten en even later rijden we de kronkelweg omhoog naar de camping.
We komen uit op de Ekeberg camping (Ekebergveien 65 1181 Oslo +47 22 19 85 68) in Oslo een echte stadscamping. We betalen, schrik niet 220 kronen voor een dag. Voor tenten was nog wel plaats, niet meer voor caravans en campers.
Het is er erg druk en vol, dat komt omdat op het moment dat wij er waren de norway-cup werd gespeeld, een internationaal voetbaltoernooi op meer dan 20 velden. Heel druk, maar wel leuk om te zien.
Op zoek naar de tent van Peter en Martha; die vinden we pas na een belletje via de mobiel. Ze zitten net op de fiets in de klim de berg op naar de camping. Hebben wij nog even tijd onze tent op te zetten. Kan er nog net tussen. De tent staat nog maar net als het zacht begint te regenen. Jammer, maar we kunnen in ieder geval droog zitten. Even later komen Peter en Martha er aan met …. een nieuwe tent achterop. Deze lekt een beetje. Geen probleem kunnen wij wel meenemen naar huis.
We maken er nog een gezellige avond van met een wijntje en nootjes erbij en de avond kan niet meer stuk, wel droger. Als dat morgen maar over is.
Aan het einde van de avond loop ik nog even een stukje van de berg af met Mats om over “Olso by night” te kijken. Het is een beetje mistig maar het blijft een mooi gezicht.

Donderdag 4 augustus 2005
We worden wakker, niet van het geschreeuw op de camping, maar van de warme zon op de tent. Dit is polyester en geen katoen en dan gaat het er sneller door. Snel opstaan, want het zal bij de wasgelegenheid al wel druk zijn, maar dat valt reuze mee.
Heel rustig aan pakken we de spullen daarna op, drinken nog koffie met Peter en Martha en daarna gaan zij met de bus de stads in. Heerlijk weer, dus dikke jas thuislaten. Wij gaan verder met inpakken en als het tijd is dalen ook wij de berg af richting de haven. We rijden in één keer goed en kunnen zo doorrijden bij het inchecken. Het is er al gezellig druk en je ziet hier weer heel veel Nederlanders.
Vertrek boot om 14.00 uur. Het kaartje is gelijk de sleutel voor de hut.
We hadden de jongens eerder vandaag al een keuze voorgelegd; of vanavond op de boot een buffet of morgenavond thuis naar de pizzeria. Tja, de keuze is makkelijk voor hun, vanavond naar het buffet natuurlijk, spannend en eten wat je lekker vind en de rest mag je laten staan. Moeten we straks gelijk even regelen.
Bij het inchecken horen we dat het kaartje gelijk de sleutel voor de hut is. Alles staat er op. Voornaam, achternaam, hutnummer en vast nog veel meer wat je met het oog niet ziet. Handig zo’n magneetstrip. We vinden een mooi plekje aan boord en genieten van het wegvaren uit Oslo. Het is heel mooi weer, dus daar profiteren we nog mooi even van. We hadden ons al opgegeven voor het buffet en waren daar mooi op tijd mee als we dat aan dek zo van andere mensen horen. Of die waren te laat of er was niet voldoende plek.
Voldaan en na een laatste dag Noorwegen kruipen we in een superschoon bed.

Vrijdag 5 augustus 2005
Toen we vanmorgen op tijd van de boot af wilden rijden, moesten we eerst wachten tot de mensen van de auto’s voor ons kwamen. Die hadden waarschijnlijk de wekker niet gehoord, want naast ons wat alles al weg en toen mochten wij nog eens een keer.
Via Hamburg, Bremen, Osnabrück rijden we bij de Lutte Nederland weer binnen. We drinken nog even koffie bij Monique en Jan en de kinderen en gaan daarna echt naar huis. De vakantie zit er op en wat denk je ….. we waren de grens nog niet over en het regende al weer. Verschrikkelijk, dan liever een droge en koude camping in Noorwegen. Toch?
Maar goed misschien wordt het in het weekeinde beter, maandag weer aan de slag.